Denk even na: decennialang behandelden grote Amerikaanse bedrijven en defensie-instellingen de oceaan als een gigantische, gratis vuilnisbelt. Het idee was simpel en achteraf gezien angstaanjagend: de diepte en omvang van de zee neutraliseren elk gevaarlijk afval. Helaas pakte dit heel anders uit.

We hebben het over duizenden stalen vaten, gevuld met onbekende, giftige stoffen, die rusten op soms wel 600 meter diepte. Jarenlang was dit probleem weggestopt, ver buiten het zicht en de aandacht. Maar nu keren de resultaten van die nalatigheid terug naar de oppervlakte, en de bevindingen zijn een stuk verontrustender dan men dacht.

De vaten die niemand meer zag

Tussen 1930 en 1970 was lozen een geaccepteerde praktijk. Volgens EPA-archieven zijn er minstens 14 aangewezen dumpgebieden voor de kust van Zuid-Californië. Hier verdwenen niet alleen chemische bijproducten, maar ook restanten van olieboringen en zelfs oude militaire explosieven.

Deze rotzooi lag grotendeels in simpele stalen vaten, zonder enig plan voor de lange termijn. Diepte was de beste vriend van de vervuiler. Maar in 2020 kwam het nieuws naar buiten toen onderzoekers met onderwaterdrones beelden maakten van verroeste, deels begraven vaten.

Meer dan 100.000 fragmenten

De echte schok kwam toen het Scripps Institution of Oceanography aan het werk ging. Met sonar en op afstand bestuurde voertuigen ontdekten ze een veel grotere ramp: ongeveer 27.000 vat-achtige objecten en meer dan 100.000 brokstukken verspreid op de zeebodem.

Lange tijd ging men ervan uit dat de meeste vaten DDT, het beruchte, nu verboden bestrijdingsmiddel, bevatten. Logisch, want in dat gebied waren al problemen met vervuiling. Wat men zag rond sommige vaten, leek op de residuen van dat gif.

Waarom wetenschappers dit mysterieuze witte poeder op de zeebodem niet kunnen negeren - image 1

Maar in 2021 wierp microbioloog Johanna Gutleben’s analyse van de sedimenten een nieuw licht op de zaak. Het DDT-gehalte was niet verhoogd bij die vaten. De bron van de ellende was ergens anders.

De chemische kustlijn: pH 12

Drie specifieke vaten trokken de aandacht vanwege hun extreem heldere, witte rand rond het sediment. De metingen waren alarmerend: de pH-waarde van de omgeving lag rond de 12. Ter vergelijking: zeewater is gemiddeld een 8. Dit is extreem alkalisch.

Zo’n bijtende omgeving is desastreus. Wetenschappers vonden nauwelijks microbieel DNA nabij deze vaten. Het microscopische leven was daar bijna volledig uitgeroeid. De conclusie? Sommige vaten bevatten sterk alkalische, bijtende materialen.

  • Deze stoffen vernietigen organisch materiaal.
  • Ze veranderen de gehele chemie van de zeebodem.
  • Ze laten zware metalen vrij die anders vastzaten.

In menselijke concentraties is zo’n stof direct dodelijk. Het is een chemische bom die al decennia ligt te sudderen.

Wat zit er écht in?

Onderzoekers tasten nog vaak in het duister over de precieze inhoud van de meeste vaten. Historisch gezien genereerden processen zoals de productie van pesticiden en het raffineren van olie veel alkalisch afval. Dit was moeilijk te verwerken.

Een belangrijk detail: de zure bijproducten van DDT werden zelden in zee gedumpt in vaten. Dit suggereert sterk dat de inhoud van deze vaten als extra gevaarlijk werd beschouwd, zelfs volgens de toenmalige zeer lakse standaarden.

Waarom wetenschappers dit mysterieuze witte poeder op de zeebodem niet kunnen negeren - image 2

Het poeder dat niet weggaat

De chemische verklaring voor het witte poeder is eigenlijk een vorm van natuurlijke 'verharding'. Wanneer het alkalische materiaal lekt, reageert het met magnesium in het zeewater. Dit vormt bruciet, een mineraal dat het sediment als een korst verstijft.

Na verloop van tijd zet deze laag zich om in calciumcarbonaat, het bekende witte poeder. Dit proces houdt de pH hoog en verhindert herstel van de lokale omgeving. Dit is geen tijdelijke vervuiling; het is een chemische erfenis die decennia blijft bestaan.

De onzekerheden blijven groot. Kwantiteit, de integriteit van de resterende vaten, en of deze vervuiling al in de mariene voedselketen terecht is gekomen. Experts vermoeden dat zo’n dertig procent van de vaten deze nare, witte gloed vertoont.

De dilemma’s van bodemschatten

Het opruimen van dit chemische slagveld is een nachtmerrie. De vaten zijn zwaar gecorrodeerd en de diepte maakt interventie ontzettend complex. Elke poging tot neutralisatie kan op korte termijn juist méér verontreiniging losmaken.

Je hebt twee slechte opties: het laten liggen, of het met risico proberen te verplaatsen. Het is een directe herinnering dat wat wij als consument of industrie weggooien, niet zomaar verdwijnt. Het wacht simpelweg totdat technologie ons in staat stelt het te zien.

Wat denk jij dat de overheid nu als eerste zou moeten doen: de vaten met rust laten, of het extreem dure verwijderingsproces starten?