Trek je dikste jas aan, zet een muts op, pak een mand en ren naar het bos. Ja, je leest het goed: zelfs in januari kun je eetbare paddenstoelen vinden. Vergeet de drukte op de boswegen in oktober, de verraderlijke laag bladeren en die ongemakkelijke rubberlaarzen. Winterzwammen hebben hun eigen charme en zijn vaak veel eenvoudiger te herkennen zonder het risico op dure vergissingen. Hier lees je welke schatten je nu al onder de bomen kunt vinden.

De rust en het overzicht van de winter

In de herfst is het bos een doolhof. Overal ligt een natte deken van bladeren, en kleine foutjes kunnen je duur komen te staan door giftige dubbelgangers. In de winter verandert dat landschap drastisch. Je ziet de bodem, de ondergroei is kaal en de schimmels die nu groeien, zijn vaak uniek voor dit seizoen.

Veel mensen laten deze kans liggen, omdat ze denken dat het te koud of te stil is. Maar dit gebrek aan concurrentie in het bos is een enorm voordeel voor jou als kenner.

1. De Oesterzwam: Zoek de "schaapjes op de boomstam"

De Oesterzwam (Pleurotus ostreatus) is een favoriet van chef-koks. De naam zegt het al: de hoeden lijken een beetje op oesters of opgestapelde schapenvelletjes. Ze zijn stevig en makkelijk te identificeren.

Waarom paddenstoelen zoeken in januari makkelijker is dan in de herfst - image 1

  • Vorm: Breed, waaierachtig, groeit in lagen over elkaar heen.
  • Kleur: Variërend van crème tot grijsbruin.
  • Standplaats: Bij voorkeur op dood loofhout, zoals beuk, eik of populier.

In de winter vertraagt de afbraak van het hout, maar de oesterzwam geeft niet op. Zeker na een korte dooiperiode zie je ze verschijnen, vaak in dikke trossen op dikkere takken. Het grote voordeel? De winterse look-alikes zijn simpelweg afwezig.

2. Winterenoki: De vurige waarschuwing

De Flammulina velutipes, liefkozend Winterenoki of fluweelpootje genoemd, is de koning van het koude seizoen. Haar feloranje hoed is een ware vuurvlek tegen de bleke winteraarde.

De hoed is stevig, glad en intens oranje tot roodbruin. De steel heeft een kenmerkende fluweelzachte textuur – vandaar de naam fluweelpootje. Deze kleur is je beste vriend; deze tint komt bij geen enkele giftige wintersoort voor.

Waar je ze vindt? Op dode takken van loofbomen bij hoge luchtvochtigheid. Houd de randen van het bos en de oevers van beekjes in de gaten, vooral na een week van vorst gevolgd door een lichte dooi. Ik merkte dat ze vaak verschijnen aan de zijkant van omgevallen beuken.

3. Judasoor: De verrassende taaie

De Usnea auricula-judae, beter bekend als Judasoor, lijkt verdacht veel op een opgerold, ietwat vreemd menselijk oor. Dit is misschien wel de meest winterharde van allemaal.

Qua textuur is hij dun en flexibel. De kleur varieert van grijsbruin tot kaneelkleurig. Je vindt hem bijna uitsluitend op dood hout van de vlier (elder). Door zijn stevigheid kan hij zelfs een lichte vorst overleven, en pakt hij na ontdooien zijn vorm weer op.

Waarom paddenstoelen zoeken in januari makkelijker is dan in de herfst - image 2

Tip voor de Limburgse of Utrechtse bossen: Echte vlierbossen zijn in de winter makkelijk te spotten. Als je een groep vlierstruiken ziet, controleer dan de gevallen takken op de grond en de staande stronken. Je zult hem bijna zeker vinden.

Het cruciale verschil met het herfstplukken

In de herfst moet je constant opletten voor de giftige Voorjaars- of Gifgordijnzwammen die lijken op de populaire Cantharellen. Je bent verplicht om de naaldbomen en de bladeren te checken op de giftige Bruine Boletus.

In de winter? Geen paniek. De drie toppers hierboven – Oesterzwam, Winterenoki en Judasoor – hebben geen fatale dubbelgangers in deze periode. Het is puur kijken naar de stam van de boom. Het is minder zoeken naar verborgen parels en meer naar duidelijke, heldere structuren.

Je kunt rustig lopen, de lucht is fris en je hebt de paden vaak voor jezelf. Dit is het moment om je paddenstoelenkennis op te frissen zonder de druk van de herfstjacht. Welke van deze drie ga jij dit weekend als eerste proberen te vinden?