Stel je voor: je duikt op 145 meter diepte in de donkerste, minst bekende wateren van Indonesië, en opeens zie je iets dat eruitziet alsof het uit een prehistorisch lesboek is weggezwommen. Het gebeurde deze maand met twee dappere Franse duikers. Wat ze daar beneden aantroffen, tart elke logica en verandert wat we dachten te weten over diersoorten die we al hadden afgeschreven.

Het gaat om de coelacant, een vis die de dinosauriërs heeft overleefd en die we dankzij deze ontdekking nu met eigen ogen kunnen zien in zijn natuurlijke habitat. Dit verhaal gaat niet alleen over een zeldzame vis; het gaat over de verborgen kanten van onze eigen planeet die nog steeds wachten om ontdekt te worden.

Dieper dan de meeste mensen ooit gaan

In oktober 2024 daalden Alexis Chappuis en Julien Leblond af naar een diepte waar de heldere zon al lang verdwenen is: meer dan 140 meter onder de golven bij de Molukken. Ze gebruikten gespecialiseerde gesloten-circuit ademautomaten, de enige manier om zo lang op die diepte te overleven. Hun doel was specifiek: gebieden verkennen die complex en koud genoeg konden zijn voor de coelacant.

Het moment van de ontdekking

Na weken van voorbereiding en het in kaart brengen van de zeebodem, zagen ze het plotseling. Geen kleine vlek, maar een massief, nachtblauw silhouet met opvallende witte vlekken, rustig zwevend boven een rotsformatie vol zachte koraal. Dit was geen toevallige ontmoeting. Ze bleven minutenlang gefascineerd toekijken, merkten op dat de vis nauwelijks reageerde op hun aanwezigheid. De volgende dag vonden ze hetzelfde exemplaar terug, dankzij het unieke patroon van die witte stippen – een soort vingerafdruk van de oceaan.

Waarom deze Franse duikers een vis fotografeerden die al 66 miljoen jaar

Het is cruciaal om te begrijpen hoe zeldzaam dit is. Vissen op deze diepte zijn vaak schuw, maar deze leek een soort onverstoorbare kalmte uit te stralen. Dit was anders dan eerdere, vluchtige waarnemingen.

Waarom de coelacant zo fascinerend is

De coelacant staat bekend als een 'levend fossiel'. Hoewel die term populair is, is hij eigenlijk een beetje misleidend, en hier is waarom:

  • Niet uitgestorven: Hoewel de vis miljoenen jaren lang als verdwenen werd beschouwd na 1938 (toen de eerste moderne soort nabij Zuid-Afrika opdook), bewijst deze Indonesische soort (*Latimeria menadoensis*) dat ze nog steeds gedijen.
  • Anatomische vreemdheid: Deze vis heeft vlezige, gelede vinnen die bijna op primitieve ledematen lijken – een directe link naar de eerste landdieren. Ze hebben zelfs een deel van een inwendige long.
  • Snelheid van leven: In tegenstelling tot snel evoluerende soorten, leeft de coelacant tergend langzaam. Ze worden vermoedelijk meer dan honderd jaar oud.

De duikers merkten op dat het Indonesische exemplaar, ongeveer 1,10 meter lang, niet in een hol zat, zoals vaak werd aangenomen. Hij zwom rustig rond open en duidelijk zichtbaar. Dit suggereert dat hun gedrag flexibeler is dan wetenschappers dachten.

Het trage ritme van eeuwen

De lange levensduur van de coelacant brengt een grote kwetsbaarheid met zich mee. Heb je enig idee hoe traag ze zich voortplanten? Een vrouwtje wordt pas seksueel volwassen rond haar 55e verjaardag. De draagtijd? Ongeveer vijf jaar. Dit is de reden waarom elke individuele vis zo kostbaar is voor het voortbestaan van de soort.

Waarom deze Franse duikers een vis fotografeerden die al 66 miljoen jaar

Bescherming is geen luxe, maar noodzaak

Deze diepzeeomgevingen lijken veilig van menselijk ingrijpen, maar niets is minder waar. De toename van plasticvervuiling, de opwarming van het water en vooral onderwatergeluid (denk aan exploratie-apparatuur) vormen een serieuze bedreiging voor deze uiterst gevoelige wezens.

De precieze locatie van deze waarneming wordt geheim gehouden, en dat is een verstandige zet. Als lokale bewoners in Nederland al voorzichtig zijn met drukte bij hun favoriete wandelpaden, kun je je voorstellen wat een toeristische hype kan doen met een soort die pas op 55-jarige leeftijd volwassen wordt.

De Franse onderzoekers willen nu niet-invasieve methoden gebruiken om DNA-monsters te verzamelen. Geen vis vangen, maar puur observeren en leren. Hopelijk kunnen we zo de beste plekken in de Indonesische archipel (tussen Sulawesi en West-Papoea) beschermen, voordat we deze ‘tijdreiziger’ weer voorgoed kwijtraken.

Wat vind jij: zou de wetenschappelijke wereld meer middelen moeten investeren in het observeren en beschermen van deze 'vergeten' prehistorische wezens, zelfs als ze niet direct een rol spelen in ons dagelijks leven?