Heeft u zich ooit afgevraagd waarom we echt in drie dimensies leven? U zou denken dat twee of misschien wel vier dimensies net zo goed zouden kunnen werken, toch? Het bizarre is dat als ons universum, zelfs maar op kleine schaal, een andere dimensie zou hebben, de basiswetten van de natuurkunde simpelweg zouden instorten. Dit is geen filosofische gok; het is een hard bewijs uit de kwantummechanica. En u heeft dit waarschijnlijk nooit eerder zo gehoord.
Veel mensen verwarren dit met sciencefiction, maar dit raakt aan de stabiliteit van alles wat u kent. Wij hebben drie dimensies nodig om stabiel te bestaan. Ik zag onlangs een fascinerende analyse die dit haarfijn uitlegt, en het is veel concreter dan u denkt. Het heeft alles te maken met hoe elektronen zich gedragen.
Het atoomprobleem: waarom twee dimensies falen
Stel je voor: we leven in een wereld met slechts twee dimensies, plat als een vel papier. Zelfs dan zouden de atomen die de materie vormen, niet stabiel zijn. De beroemde Schrödingervergelijking, de basis voor hoe materie zich gedraagt op atomair niveau, levert alleen gebonden, stabiele toestanden op voor het waterstofatoom in precies drie ruimtelijke dimensies.
In twee dimensies zouden elektronen simpelweg niet in een stabiele baan rond de kern kunnen blijven. Ze zouden óf neerstorten óf wegglippen. Kortom: geen stabiele elementen, geen chemie, geen leven.
De kosmische orde: stabiele banen
Dit geldt niet alleen voor de allerkleinste deeltjes, maar ook voor de grotere structuren. Als we vier dimensies zouden hebben, zouden de planeten in ons zonnestelsel hun stabiele, voorspelbare banen verliezen. Een kleine verstoring zou uitgroeien tot chaos.

- Twee dimensies: Geen gebonden toestanden voor elektronen.
- Vier dimensies: Geen stabiele planetaire beweging.
- Drie dimensies: Het 'sweet spot' waar chaos beheersbaar is.
Het onmogelijke bewijs van de deeltjesfysica
Het wordt nog ingewikkelder wanneer we kijken naar de krachten die deeltjes bij elkaar houden, de zogenaamde Standaardmodel van de deeltjesfysica. Dit model is een wiskundig meesterwerk, maar het is uitsluitend ontworpen voor een driedimensionale realiteit.
Er is een proces dat renormalisatie heet. Dit is een technische truc – een beetje als het wegsnijden van oneindigheden in een berekening – die alleen werkt in drie dimensies. Als we meer dimensies toevoegen, worden de berekeningen oncontroleerbaar en leveren ze alleen maar oneindige, nutteloze getallen op.
In mijn praktijk als tech-liefhebber, zie ik dit als een soort software-update die alleen op één specifiek besturingssysteem draait. Ons universum draait op versie 3D.
De grens van chaos: de ideale complexiteit
Nu komt het subtiele, maar cruciale punt over complexiteit. Fysici stellen dat deze drie dimensies ons ook op de perfecte drempel van chaos houden.

In theorie wilt u in de natuurkunde een zekere mate van dynamische complexiteit. Te weinig en alles is saai en voorspelbaar; te veel en het wordt volslagen onvoorspelbaar (puur toeval).
- Bij minder dan 3D is chaos onmogelijk.
- Meer dan 3D maakt het systeem te chaotisch; we zouden geen wetmatigheden kunnen ontdekken.
Drie dimensies bieden de perfecte balans: genoeg ruimte voor complexe interacties (zoals ons weer, of de economie), maar niet zóveel dat alles onmiddellijk uiteenvalt in willekeur. Dit is de 'goudlokjeszone' van de fysica.
De cynische conclusie
Dus, de reden dat we hier zijn om ons af te vragen waarom we in drie dimensies leven, is omdat alleen in drie dimensies de omstandigheden (stabiele atomen, voorspelbare zwaartekracht, de juiste mate van chaos) het toelaten dat intelligente waarnemers überhaupt kunnen ontstaan om die vraag te stellen.
Het is een soort kosmische voorwaardelijkheid. Zou dit veranderen als we een manier zouden vinden om de natuurkunde in 5D te laten werken, of zijn we fundamenteel vastgebakken aan deze driedimensionale realiteit?
Wat denkt u: is dit puur geluk, of is het de enige manier waarop complexe gedachten mogelijk zijn?