Stel je eens voor: je loopt door de bossen van West-Sumatra en plotseling sta je oog in oog met een reusachtige, paarsrode plant die ruikt alsof er iets groots is misgegaan. Dit is geen slechte grap van de natuur; dit is de Amorphophallus titanum, de beruchte ‘lijkenbloem’. Ik zag de recente melding van de BKSDA in Agam en moest direct dieper graven. Waarom is deze plant, die we in Nederland alleen in de botanische tuin zien, zo’n zeldzaam en belangrijk fenomeen op Sumatra?
Het is meer dan zomaar een bloeiende plant. Deze specifieke bloei in Palupuah, Agam, genereert golven van aandacht, niet alleen vanwege de omvang, maar ook omdat het een megafoon is voor natuurbehoud. Veel mensen zien de plant, snuiven de—laten we eerlijk zijn—intense geur en slaan onmiddellijk op de vlucht. Maar wat ze missen, is het verraderlijke verhaal achter deze gigant.
De feiten achter de stank: Meten is weten
Volgens de boswachters van de BKSDA Sumbar was de recent ontdekte bloem indrukwekkend. Syahrul Fitra bevestigde de metingen die mij deden realiseren hoe groot dit ding werkelijk is. Dit is geen tuingewaas; dit zijn serieuze proporties.
- Hoogte bereikt: 113 centimeter. Dat is bijna de lengte van een gemiddelde Nederlandse keukenplint.
- Omtrek van de bloem: 69 centimeter. Een flinke omvang waar je niet zomaar overheen stapt.
- Stamomtrek: 33 centimeter. Stevig genoeg om zelfs een storm te weerstaan.
Wat veel mensen niet weten, is dat Palupuah een hotspot is voor deze Voodoo-lilies, met ten minste vier verschillende Amorphophallus soorten die hier zijn gespot. De meest zeldzame, de Amorphophallus gigas, wordt hier ook gevonden – een soort die zo schuw is dat de laatste waarneming alweer van een paar jaar terug dateert.

De verraderlijke levenscyclus
Veel mensen verwachten dat na zo’n show de plant doodgaat. Dat is deels waar, maar de natuur heeft een slimme ‘resetknop’. Na de generatieve (bloei) fase, sterft het spectaculaire deel af.
Maar hier komt het: Ongeveer zeven maanden later verschijnt er nieuw leven in de vorm van een blad. Bedenk dit eens: na die intense, stinkende vertoning, komt er een ingetogen groene uitbarsting die eruitziet als een klein boompje. Dit is de energieopbouw voor de volgende, zeldzame bloei.
De cruciale wet die de bloem beschermt (en waarom bulldozers hem moeten mijden)
In de drukte van het dagelijkse leven in de regio Agam is het makkelijk om een grote, vreemd uitziende plant te zien als een obstakel voor landbouw of infrastructuur. Daarom doet de BKSDA Sumbar er alles aan om duidelijkheid te scheppen over de juridische status van deze flora.
De Amorphophallus titanum valt onder de Indonesische wet Nr. 5 uit 1990 inzake Natuurbehoud. Simpel gezegd: het is federale wet dat deze plant met rust moet worden gelaten.

Dit is waar het menselijke element om de hoek komt kijken. De autoriteiten geven aan dat ze mensen die de plant met opzet hebben vernield, hebben aangesproken. De meeste mensen die het doen ontkennen niet; ze gaven aan het simpelweg niet te weten. Dat is de realiteit voor veel zeldzame soorten buiten de nationale parken.
De Lifehacker Tip: Hoe bescherm je wat je niet kent?
Als je ooit in de bossen van West-Sumatra bent – of je nu een lokale inwoner bent of een avontuurlijke wandelaar zoals ik – en je ruikt die specifieke, vleesachtige geur, doe dan het volgende om deze reuzen te beschermen:
- Stop met lopen: Observeer van een respectvolle afstand. De bloem is kwetsbaar tijdens de bloei.
- Documenteer, niet verniel: Maak foto's (de geur is helaas niet vast te leggen!), maar raak de plant niet aan en verwijder geen delen. Gebruik de foto’s om anderen te informeren.
- Meld onbekende bedreigingen: Als je ziet dat landbouw- of bouwactiviteiten te dichtbij komen, neem dan contact op met de lokale BKSDA-kantoren. Je bent de ogen en oren van de beschermingseenheid.
Deze bloem is een levende tijdscapsule van de Sumatranse biodiversiteit. Het is een van de iconen van de Ranah Minang die we, net als de Javaanse arend, moeten behouden, niet ondanks de geur, maar juist vanwege de unieke biologie.
De terugkerende bloei is een teken dat het ecosysteem nog ademt. Maar hoe lang kunnen we vertrouwen op menselijke onwetendheid als de enige bescherming? Wat is volgens jou de meest effectieve manier om lokale gemeenschappen te betrekken bij het behoud van dit soort zeldzame, maar intimiderende, planten?