U ziet het bij elke tech-lancering of in elk sci-fi film: kunstmatige intelligentie die 'denkt', 'leert' en 'beslissingen neemt'. Maar wat als ik u vertel dat deze populaire omschrijving een gigantische, beheerste illusie is? De manier waarop we over AI praten, stuurt de ontwikkeling de verkeerde kant op.
Als u zich zorgen maakt over banenverlies of vreest dat u de controle verliest over de nieuwste gadgets in huis, dan is dit het moment om door te lezen. Het gaat niet om wat AI kán, maar om hoe wij, de gebruikers, het zien. En die perceptie is verraderlijk.
Waarom die fictie zo hardnekkig is
Prof. Pablo Sanguinetti wijst erop dat de taal die we gebruiken de publieke opinie vormt. We presenteren AI als die zelfstandige, haast levende entiteit. Dat verkoopt fantastisch, maar het is ver verwijderd van de realiteit van de algoritmes die nu draaien.
Dit narratief heeft diepe culturele wortels. Denk aan mythes als Frankenstein of hoe films als Terminator ons brein programmeren. We nemen de angst voor het 'autonome' in.

De misleidende naamgeving
Zelfs de term 'Artificial Intelligence', bedacht door John McCarthy in 1955, is al suggestief. Onderzoekster Kate Crawford stelt terecht: AI is noch volledig kunstmatig, noch werkelijk intelligent.
Het systeem heeft menselijke input, fysieke infrastructuur en complexe sociale contexten nodig om überhaupt te bestaan. Zonder de data die wij invoeren, is het een lege huls.
De ongemakkelijke waarheid achter de marketing
Wanneer we zeggen dat AI 'leert' of 'begrijpt', creëren we onrealistische verwachtingen en angst. Bedrijven zoals OpenAI pompen miljarden in het idee van de algemene kunstmatige intelligentie (AGI) als een onvermijdelijke toekomst. Maar in de wetenschap is er hierover geen consensus.
Dit is meer dan alleen filosofie; het heeft concrete gevolgen. Rapporten van het AI Now Institute tonen aan dat deze hype ons afleidt van de échte problemen:
- De impact op de arbeidsmarkt en de noodzaak tot omscholing.
- Vragen rondom milieukosten door gigantische datacenters.
- Machtconcentratie bij een paar grote techbedrijven.
Als we AI als een onafhankelijke kracht zien, hoeven we de regulerende discussies niet aan te gaan. Dat is gevaarlijk.

De stap naar echte verantwoordelijkheid
Wat nu nodig is, is een mentale switch. Vergelijk het met hoe wij met een smartphone omgaan: we zien het als een hulpmiddel, niet als een onafhankelijke geest die handelt. Sanguinetti pleit ervoor AI te zien als een samenwerkingsresultaat tussen mens en technologie, geen autonome bestuurder.
Dit betekent concreet dat we de discussie over regulering en onderwijs écht moeten baseren op wat AI is: een socio-technisch systeem dat wij controleren, niet een zwevend brein.
Trek de stekker uit de mythe: Als u de volgende keer een nieuwsbericht ziet over een door AI gemaakte beslissing, vraag uzelf dan af: welk menselijk team heeft de parameters ingesteld? Pas dan kunnen we de technologie sturen in plaats van te vluchten voor een onvermijdelijke fictie.
Wat is volgens u nog meer taboe in de manier waarop wij over nieuwe technologie praten in Nederland?