Stel je voor: je kijkt naar een object dat van buiten ons zonnestelsel komt, en de data die je ontvangt, is zo bizar dat het de boeken herschrijft. Dat is momenteel de situatie met de interstellaire komeet 3I/Atlas. Astronomen hebben een periodieke schommeling in zijn tegenstaart ontdekt, een afwijking die de kans op willekeurige optreden kleiner maakt dan de kans dat je de loterij wint.
Dit is niet zomaar een nieuwe voetnoot in een rapport; het is een fundamentele uitdaging voor onze modellen over hoe deze kosmische reizigers zich gedragen. Als je dacht dat je alles al wist over kometen, bereid je dan voor. We duiken in de precieze metingen die suggereren dat de rotatie-as van Atlas bijna perfect op de zon is uitgelijnd – een geometrie die extreem onwaarschijnlijk is.
De onmogelijke uitlijning: Wat de staart ons vertelt
Recent onderzoek richtte zich op de tegenstaart van 3I/Atlas in juli en augustus 2025. Wat zij vonden, was het bewijs dat de basis van de jet (de 'uitlaat' van gas en ijs) minder dan 8 graden van de rotatiepolen lag. Dit betekent dat terwijl de komeet draait, de jet een perfecte, smalle kegel volgt.
Hoe ontstaat zo’n jet? Meestal door ijs dat sublimeert wanneer het door de zon wordt beschenen. Als de as van de komeet niet zo perfect stond, zouden we een veel grotere schommeling in de positie van de jet zien. Maar dat gebeurt niet. De waargenomen afwijking van slechts 8 graden is, eerlijk gezegd, een statistische nachtmerrie.
De verbijsterende kansberekening
Wiskundig gezien is de kans dat deze uitlijning puur toeval is, slechts 0,005. Dat is één op de 200 keer. Maar daar stopt het niet.

Na zijn perihelium (het dichtste punt bij de zon) op 29 oktober 2025, zouden we verwachten dat de actieve plekken veranderen. Een 'normale' komeet zou zijn actieve zijde naar de zon draaien en dan inactief worden. Maar 3I/Atlas doet iets anders.
- Na het perihelium: Atlas *houdt* nog steeds een prominente tegenstaart, gericht naar de zon.
- De implicatie: Er moet een ándere ijsafzetting zijn, precies tegenover de eerste, die nu in de zon staat.
Dit betekent dat we twee ongelooflijk nauwkeurig geplaatste ijsafzettingen nodig hebben, elk binnen die kritieke 8 graden van een pool, zodat ze op precies het juiste moment door de zon begroet worden. De kans hierop? Dat is het kwadraat van 0,005, oftewel **0,000025**.
Dat is zo onwaarschijnlijk, dat je je afvraagt of je niet per ongeluk naar een artefact van een buitenaardse technologie kijkt, en niet naar een stuk bevroren puin.
De praktische implicaties: Wat betekent dit voor ons beeld van kometen?
Veel Nederlandse amateurastronomen volgen kometen al jaren. Je bent gewend aan onvoorspelbare helderheidssprongen, maar de *geometrie* van 3I/Atlas tart elke logica van sublimatie.
Wat we hier zien, is niet hoe de meeste kometen zich gedragen. Het suggereert dat 3I/Atlas óf een extreem zeldzaam toeval is, óf dat er iets anders aan de hand is met het materiaal of de structuur van de kern.

De 'Hubble'-bevestiging en de verdere puzzel
Zelfs na zijn passage hield de jet zijn smalle vorm vast tot een afstand van een half miljoen kilometer – verder dan de afstand tot de maan. Dit is cruciaal. Normaal gesproken zou de stralingsdruk van de zon zo'n smalle stroom uit elkaar blazen, vooral na het perihelium.
- De vraag blijft: Hoe behoudt de jet zijn strakke collimatie zonder uit te waaieren?
- De rotatieperiode: De metingen wijzen op een rotatieperiode van ongeveer 15,5 uur. Dit is stabiel, maar de centrifugekracht op het oppervlak is extreem laag (slechts 0,0025 cm/s²). Het is nauwelijks genoeg om een stofje tegen te houden.
Dit onderzoek dwingt ons om de theorieën over de inwendige structuur van interstellaire objecten te herzien. Is het ijs zo anders? Is de kern groter dan gedacht? Of is dit een uniek voorbeeld van een object dat compleet anders is dan alles wat we in ons eigen zonnestelsel hebben gezien?
Wat je kunt doen
Voor de serieuze hobbyist is dit een oproep om de komende spectaculaire beelden nauwlettend in de gaten te houden. De analyse van het materiaal in de jet, wanneer die spectraal wordt onderzocht, kan de sleutel zijn.
Tip voor de volgende keer dat je naar de sterren kijkt: Denk aan die 0,000025 kans. Het is een herinnering dat het universum nog steeds vol zit met onverklaarbare verschijnselen, zelfs bij objecten die slechts een 'kort' bezoek brengen.
Wat is volgens jou de meest waarschijnlijke verklaring voor deze bizar precieze uitlijning: extreem zeldzame natuur of iets anders dat we nog niet begrijpen?