Stel je voor: je hebt net een zware klap gekregen, de schade is groot, maar je besluit dat dit juist het moment is om nóg groter te bouwen. Dat is precies wat er nu gebeurt bij het Venezolaans Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek (IVIC). Terwijl de nasleep van een recente aanval nog voelbaar is, kondigen ze 24 nieuwe master- en PhD-programma's aan. Velen zouden zich terugtrekken, maar hier zien we een opmerkelijke veerkracht.
Dit is geen standaard beleidswijziging; dit is een directe boodschap dat wetenschappelijke vooruitgang niet zomaar te stoppen is. Waarom deze timing? En wat betekent deze expansie voor de toekomst van hooggespecialiseerd onderzoek in het land?
Nieuwe focus: Van nanotechnologie tot veeteelt
Het IVIC gooit het roer om en richt de pijlen op gebieden die nu écht impact maken. De directeur, Alberto Quintero, maakte duidelijk dat ze de komende tijd vol inzetten op nanotechnologie en biotechnologie. Dit zijn de sectoren waar de échte wetenschappelijke doorbraken zich aandienen.
Ik vond het interessant om te zien hoe ze dit koppelen aan de basis van de economie. Zo heb je bijvoorbeeld:

- Een nieuw laboratorium voor dierengenetica. Dit klinkt misschien droog, maar het doel is cruciaal: het verbeteren van het slachtvee om problemen door inteelt tegen te gaan.
- Opleidingen die directe kennis overdragen aan de lokale boer. Kennisoverdracht is de sleutel, want wetenschap die in een ivoren toren blijft, heeft weinig waarde op het land.
De brug naar de praktijk: Zaadjes en wetenschap
Wat mij het meest opviel, is de sterke nadruk op toegepast onderzoek. Veel academische centra vergeten de 'klant' – in dit geval de lokale gemeenschap. Quintero benadrukte dat het onderzoekscentrum in de Andes regio actief protocollen deelt met lokale boeren om de oogstopbrengst te optimaliseren.
Denk hierbij aan de praktijk: het delen van specifieke fytosanitaire protocollen. Dit is geen abstracte theorie; dit is kennis die direct wordt toegepast op de bodem. Ze hebben bijvoorbeeld al aardappelzaadjes verspreid over meer dan twintig staten.
De boodschap is duidelijk: ze bouwen een wetenschappelijk ecosysteem dat direct voedt.
Opereren onder vuur: De veerkracht van het instituut
En dan is er het andere, veel grimmigere aspect. Het IVIC heeft recent een militaire aanval doorstaan. Het wijdverspreide beeld van wetenschappers die in rustige laboratoria werken, wordt hier keihard doorbroken.
Volgens Quintero werden cruciale structuren geraakt, waaronder het Centrum voor Wiskunde. De schade was aanzienlijk, met ingestorte plafonds en kapotte ramen tot op bijna twee kilometer afstand. Dit klinkt als een scenario uit een thriller, niet als een werkdag.

Het meest schrijnende is de impact op de nucleaire technologie-eenheid. Dit centrum is het enige in het land dat gecertificeerd is voor de dosimetrische kalibratie van radiologische apparatuur in de publieke gezondheidszorg. Zonder dit centrum kunnen ziekenhuizen hun apparatuur niet veilig ijken.
Hoe ze de lichten aan hielden
Je zou verwachten dat na zo’n aanslag alles platligt. Administratieve en onderzoeksactiviteiten werden uitgesteld tot 19 januari, omdat ze moesten overschakelen op tijdelijke stroomvoorziening. Maar, en dit is de kern van hun boodschap, de productie stopt niet.
Ze verzekeren dat de cruciale analyses voor de landbouwsector doorgaan. Het biotechnologie-instituut behoudt bijvoorbeeld zijn capaciteit om kritische studies uit te voeren op rijstpathogenen. Dit is hun manier om te zeggen: jullie kunnen de muren vernielen, maar niet de kennis.
Dit alles is een krachtige demonstratie van hoe instituties zich kunnen profileren als onmisbaar. Ze gebruiken de crisis niet als excuus, maar als lanceerplatform voor meer capaciteit en meer opleidingen. Het is een riskante, maar inspirerende gok op de toekomst van hun wetenschappers.
Hoe zie jij de rol van wetenschappelijke instituten in tijden van zware politieke of fysieke druk? Is het volhouden of juist versnellen de beste strategie?