Stel je voor: een dier dat je al meer dan dertig jaar niet meer in het wild hebt gezien, een soort die als cultureel symbool van Hawaï wordt beschouwd, is opeens weer terug. Dit is geen natuurdocumentaire uit de jaren '80, maar de realiteit na een van de meest complexe en langdurige natuurbeschermingsoperaties ooit.
Op 10 december 2024 landden ze, letterlijk: honderden zeldzame Hawaïaanse boomslakken (kāhuli) werden opnieuw uitgezet in het Ko'olau-gebergte op O'ahu. Dit moment markeerde de triomf van bijna vijftig jaar wetenschappelijke studie, kweek in gevangenschap en een onverbiddelijke strijd tegen invasieve soorten.
De parels van het Hawaïaanse bos
De kāhuli zijn meer dan alleen weekdieren; ze zijn verweven met de Hawaïaanse cultuur. Hun kleurrijke huisjes verschijnen in traditionele poëzie en hula-dansen, vaak geassocieerd met het magische vermogen om te zingen – een prachtige mythe voor zo'n stil, maar essentieel diertje.
Maar hun waarde is niet alleen cultureel. Ze играют een cruciale ecologische rol. Ze voeden zich met schimmels en algen op boomstammen, waardoor ze de bodem en het microbiologisch evenwicht van het bos voeden. Zonder hen stort dit delicate systeem in, een stille ineenstorting die we in Nederland of België misschien over het hoofd zien, maar hier is het een drama van epische proporties.
Het stille massale verlies van de Kāhuli
Wat je misschien niet weet, is hoe dramatisch de situatie was. De afgelopen eeuw zijn meer dan 750 inheemse Hawaïaanse slakkensoorten verdwenen. Maar liefst 60% is uitgestorven! Vandaag de dag staan nog eens 44 soorten officieel op de Rode Lijst. Dit is de directe erfenis van menselijk ingrijpen.
De echte boosdoeners waren de indringers. Denk aan de Polynesische rat, de Europese dakrat en de havenrat. Maar de echte ramp kwam in de jaren '30 met de introductie van de Afrikaanse reuzenslak als tuindecoratie. Slecht idee.

De catastrofale domino-effecten
Om die invasieve Afrikaanse slak te bestrijden, introduceerden biologen de roze tijgerslak (de roze wolfsslak). Dit was de klassieke 'goedbedoelde maar desastreuze' interventie. Deze wolfsslak bleek extreem efficiënt, maar hij maakte geen onderscheid:
- Hij at de invasieve Afrikaanse slakken op.
- Hij begon onmiddellijk met het uitroeien van de inheemse kāhuli, die geen enkele afweer hadden tegen zo'n efficiënte carnivoor.
Het was een ecologische zelfmoordmissie. De inheemse slakken waren binnen enkele decennia bijna volledig uitgeroeid in het wild.
Van veldwerk naar kweeklaboratorium: De comeback
Wanneer leek het alsof er geen hoop meer was? Rond 1981, toen meerdere O'ahu-soorten officieel bedreigd werden verklaard. Een visionair als Dr. Michael Hadfield, professor aan de Universiteit van Hawaï, begon toen al met het nauwkeurig documenteren van hun afname.
In 1991 verzamelde Hadfield de laatste 11 bekende exemplaren van de soort Achatinella fuscobasis en startte een wanhopig opfokprogramma in het lab. Het vereiste een bijna chirurgische precisie:
- Simulatie van perfecte luchtvochtigheid en temperatuurcycli.
- Het kweken van de specifieke schimmels op petrischalen, want de slakken weigeren anders te eten.
Dit was de basis, maar je kunt ze niet zomaar de jungle in sturen. Ze hadden een kogelvrij vest nodig tegen de roofdieren.
De 'Kāhuli Kīpuka': Fysieke Barrières
Wetenschappers realiseerden zich dat de kweek lukte, maar dat de natuur ze direct weer zou opslokken. De oplossing? Exclusies. Dit zijn fysieke hindernissen om de natuur te slim af te zijn.

In het begin waren dit simpele, ruwe opstellingen: elektrische draden, prikkeldraad of zelfs sloten gevuld met zout om ratten en de agressieve wolfsslakken buiten te houden. De resultaten waren direct duidelijk: buiten de omheining verdwenen de slakken; binnenin bloeiden ze op.
Vandaag de dag zijn deze gebieden geëvolueerd tot geavanceerde structuren, de kāhuli kīpuka. Ze zijn zo groot als een klein huis, met massieve muren en laagspanningssystemen. Dit verjaagt de invasieve soorten vriendelijk maar effectief, zonder ze te doden.
Een erfenis voor de volgende generatie
Dit project is nu in handen van een nieuwe generatie, zoals David Sischo van de DLNR, een oud-student van Hadfield. Hij coördineert het Snail Extinction Prevention Program (SEPP), een samenwerking tussen universiteiten, het Amerikaanse leger en dierentuinen.
Hoewel de reïntegratie een succes is, is het de laatste horde nog lang niet genomen. Experts waarschuwen dat **ongeveer 100 slakkensoorten in de komende tien jaar kunnen verdwijnen** als er geen verdere verscherping van de invasieve-soortenbestrijding komt. De volledige ecologische herintegratie zal decennia duren; het is een inspanning die hele generaties overstijgt.
De terugkeer van de boomslakken op O'ahu is meer dan alleen een dier dat terugkomt. Het is het bewijs dat met langetermijnvisie en pure, onvermoeibare wetenschap, we zelfs de meest definitieve uitstervingen kunnen terugdraaien. Het is een stille overwinning, steen voor steen opgebouwd.
Wat vind jij: is dit soort intensieve, decennialange wetenschappelijke interventie de enige manier om de huidige biodiversiteitscrisis aan te pakken, of moeten we ons meer richten op het voorkomen van introductie van nieuwe invasieve soorten in het algemeen?