Stel je voor: elk levend wezen zendt continu een extreem zwak licht uit. Wetenschappers hebben nu bewijs gevonden voor dit fenomeen—biofotonen—maar het meest verbijsterende is wat er gebeurt als het leven stopt. Het subtiele, zichtbare licht dat je metabolisme produceert, verdwijnt nagenoeg ogenblikkelijk wanneer de dood intreedt.
Dit klinkt misschien als sciencefiction, maar het is de kern van een nieuwe studie. Als dit licht een betrouwbare indicator blijkt te zijn van de vitaliteit van weefsels, biedt dit een krachtige, niet-invasieve manier om stress, of zelfs de staat van gezondheid, op cellulair niveau te meten.
Wat zijn biofotonen en waarom zien we ze niet?
Het gaat hier om Ultra-Weak Photon Emission (UPE), een flinterdun licht dat wordt uitgestoten door biologische processen. Denk eraan als de absolute fluistertoon van het universum in je eigen cellen. De intensiteit is zo laag—geschat op 10 tot 10³ fotonen per vierkante centimeter per seconde—dat het gemakkelijk wordt overstemd door de omgevingswarmte en alle andere elektromagnetische ruis.
In de praktijk is het extreem lastig om dit licht te detecteren, laat staan om het lichaam als geheel in kaart te brengen. Veel experts beschouwden het fenomeen lange tijd als marginaal of te zwak om betrouwbaar te meten.
Maar de onderzoekers van de Universiteit van Calgary hebben dit metingen nu vastgelegd.

De rol van zuurstofstress
Wat veroorzaakt deze zwakke gloed? Een sterke kandidaat zijn zogenaamde reactieve zuurstofsoorten (ROS). Levende cellen produceren deze wanneer ze onder druk staan—door hitte, gifstoffen, of een tekort aan voedingsstoffen.
Wanneer deze ROS bepaalde moleculen zoals vetten en eiwitten beïnvloeden, kunnen elektronen tijdelijk naar een hoger energieniveau springen. Als ze terugvallen naar hun normale staat, zenden ze één of twee fotonen uit. Het is een soort 'lichte' bijwerking van cellulaire strijd.
Het muizenexperiment: Licht aan, licht uit
Om de theorie te testen, voerden de wetenschappers een direct vergelijkend experiment uit. Ze plaatsten vier muizen geïmmobiliseerd in een donkere doos en registreerden hun lichtemissie gedurende een uur. Vervolgens werden de dieren geëuthanaseerd, waarbij de lichaamstemperatuur kunstmatig op peil werd gehouden om warmte als variabele uit te sluiten.
De resultaten waren confronterend: na de dood daalde de UPE significant. De afname in de emissie van zichtbare fotonen was onmiskenbaar. Dit suggereert dat de mechanismen die het licht produceren direct gekoppeld zijn aan actieve, levende processen.
In Nederland zouden we dit kunnen vergelijken met het vergelijken van de energiemarkt op een werkdag met de zondagse rust; het verschil in activiteit is meteen zichtbaar, ook al is het moeilijk om de individuele elektriciteitsverbruikers te zien.

Ook planten doen het
Het effect werd niet alleen bij dieren waargenomen. Een vergelijkbare procedure werd uitgevoerd op twee soorten plantenbladeren (Arabidopsis thaliana en Heptapleurum arboricola). Door de bladeren te beschadigen of bloot te stellen aan chemische stress, zagen de onderzoekers ook hier een krachtige respons in de fotonemissie.
Dit versterkt het idee dat stress, gemeten via deze zwakke lichtuitstoot, een universeel biologisch signaal is. Het is een soort onopzettelijk ‘noodsignaal’ van de cel.
Wat betekent dit voor de toekomst?
Hoewel dit experiment is uitgevoerd op muizen en simpele planten, is de implicatie voor de menselijke geneeskunde groot. Als we een methode kunnen ontwikkelen om deze fotonen bij mensen effectief te meten, zou dat een fantastische niet-invasieve diagnostische tool kunnen zijn.
- Vroege detectie: Het zou ons in staat stellen om weefselstress te spotten lang voordat zichtbare symptomen of bloedwaarden afwijken.
- Kwaliteitscontrole: In de voedingsindustrie zou het kunnen helpen om de versheid van biomaterialen te beoordelen.
- Monitoring: Voor artsen zou het een optie kunnen zijn om de effectiviteit van bepaalde behandelingen op individuele weefsels te volgen.
Het is fascinerend dat een fenomeen zo vluchtig en zwak de sleutel zou kunnen zijn tot het begrijpen van leven en dood op het meest fundamentele niveau. De mens is letterlijk lichtgevend zolang hij leeft.
Wat denk jij: zou jij je weleens laten scannen op deze subtiele lichtemissie als dat je helpt ziektes vroeger op te sporen?