Stel je voor: je bent net lekker bezig in je achtertuin, of misschien probeer je gewoon je maandelijkse afwas te doen (een taak die in het huidige klimaat al ingewikkeld genoeg is). Dan blijkt dat miljoenen jaren geleden iets compleet buiten ons zicht ons zonnestelsel op een fundamentele manier heeft veranderd. Het klinkt als sciencefiction, maar wetenschappers hebben nu bewijs gevonden voor twee massieve, gloeiend hete sterren die extreem dichtbij kwamen.

Dit is geen verre theorie. Deze kosmische 'bijna-botsingen' hebben een directe, meetbare afdruk achtergelaten in de gaswolken rondom ons huis, de Aarde. Als lezer van deze publicatie wil je weten waarom dit stukje 'kosmische geschiedenis' vandaag nog steeds ertoe doet voor onze leefomgeving.

De kosmische stofwolk waarin we leven

We zweven niet door een lege, stille ruimte. Onze zon en planeten bevinden zich midden in wat astronomen de lokale interstellaire wolken noemen. Dit zijn enorme (denk aan 175 biljoen mijl breed) verzamelingen van waterstof en helium, met een beetje stof erin. Deze wolken fungeren als een soort zachte cocon.

Buiten deze cocon bevindt zich de lokale hete bel. Dit is een gigantische kosmische leegte – een soort vacuüm, gevuld met extreem heet, ijler gas. Veel mensen over het hoofd zien dat dit gebied waarschijnlijk is ontstaan door tientallen supernova-explosies lang geleden. Het is alsof er een gigantische föhn is aangezet in onze buurt.

Hoogleraar Michael Shull, de hoofdrolspeler in dit onderzoek, merkte op:

  • Het feit dat we in een wolk zitten die ons beschermt, is cruciaal.
  • Deze bescherming maskeert de ergste straling van buitenaf.
  • De omgeving waarin de zon zich beweegt, bepaalt de leefbaarheid van onze planeet over miljoenen jaren.

Het bizarre signaal in de gaswolken

Al tientallen jaren keken astronomen naar een vreemd feit in deze lokale wolken. Metingen, zelfs van de Hubble-telescoop, lieten zien dat een significant deel van de waterstof- en heliumatomen geïoniseerd was. Dit betekent dat ze hun elektronen kwijt waren en een positieve lading droegen.

Het helium was het meest verwarrend. Helium is moeilijker te strippen dan waterstof. Je zou verwachten dat er minder geïoniseerd helium is, maar het tegendeel bleek waar. Dit betekende dat er ooit een enorme dosis intens UV- en röntgenstraling op deze wolken is neergedaald.

Shull en zijn team zagen dit niet als een mysterie, maar als een cold case. Ze vroegen zich af: welke nabije objecten waren krachtig genoeg om dit te veroorzaken, en wanneer passeerden ze?

De invloed van twee

De tijd terugspoelen: de kosmische puzzel

In de ruimte staat niets stil. De zon beweegt momenteel met ongeveer 93.000 km/u door deze gaslagen. Sterren bewegen, wolken verschuiven. Het is alsof je een dambord probeert te reconstrueren terwijl alle stukken nog bewegen.

Door de bewegingspatronen van sterren en de huidige locatie van de wolken te modelleren, hebben ze de tijd teruggedraaid. En toen gebeurde het: ongeveer 4,4 miljoen jaar geleden kwamen twee objecten opvallend dichtbij.

De hete bezoekers: Epsilon en Bèta Canis Majoris

Deze twee sterren, nu meer dan 400 lichtjaar van ons verwijderd, zijn van het type 'B-ster'. Ze zijn minstens dertien keer zwaarder dan onze zon en gloeien veel heter. Terwijl de oppervlakte van onze zon zo'n 5.500 °C is, bereikt Bèta Canis Majoris pas 25.000 °C.

Wat hun passage zo betekenisvol maakt:

  • Ze kwamen op een afstand van slechts 30 tot 35 lichtjaar. In kosmische termen is dat de buren over de weg.
  • Hun licht was destijds 4 tot 6 keer helderder dan Sirius (de helderste ster aan onze nachtelijke hemel nu).
  • Deze intense UV-straling sloeg de elektronen van de waterstof- en heliumatomen af, wat de ionisatie veroorzaakte die we nu nog zien als een ‘geur’ van energie.

Deze passage van de twee giganten was krachtig genoeg om de samenstelling van onze directe kosmische omgeving te veranderen.

De invloed van twee

Meer dan alleen twee boosdoeners

Het bleek dat deze twee sterren slechts een deel van de straf waren. Het team berekende dat minstens zes bronnen bijdroegen aan de ionisatie. Naast Epsilon en Bèta, hielpen waarschijnlijk ook drie kleine, extreem hete witte dwergen mee met hun UV-licht.

En dan was er nog de hete bel zelf. De explosies van supernova’s die de bel creëerden, verhitten het gas zozeer, dat het nog steeds zwak gloeit en bijdraagt aan de huidige stralingsniveaus.

De combinatie van de passerende reuzen, de witte dwergen en de achtergrondgloed van de hete bel verklaart perfect de gemeten niveaus van de 'naakte' atomen. Wetenschappers hebben een sluitend bewijs gevonden voor hoe ons lokaal zonnestelsel eruitzag.

Wat betekent dit nu voor jou? Het schild van de Aarde

Deze ionisatie is tijdelijk; de atomen vangen langzaam hun elektronen weer op. Maar het inzicht dat we nu hebben, is cruciaal voor hoe we leven op Aarde interpreteren. De interstellaire wolken fungeren blijkbaar als een noodzakelijk schild. Ze filteren de ergste kosmische straling weg.

Stel je voor dat je een gloednieuwe, dure televisie koopt (het leven op Aarde). Als je die in de volle zon zet zonder gordijnen (geen beschermende wolk), is hij direct kapot. De lokale wolk fungeert als de perfect getinte raamfolie, die de felle straling dimt naar een veilige, beheersbare hoeveelheid.

Dit onderzoek leert ons dat de stabiliteit van onze omgeving afhangt van toevallige kosmische ontmoetingen. Als de zon op een andere plek had gestaan, was de evolutie hier compleet anders gelopen.

En het meest fascinerende? Die hete B-sterren zullen niet eeuwig leven. Shull schat dat Epsilon en Bèta de komende paar miljoen jaar als supernovas zullen exploderen. Ze zullen te ver weg zijn om ons te schaden, maar de hemel zal erbij veranderen. Het wordt een spectaculair, zij het niet dodelijk, lichtschouwspel.

Wat denk jij? Als de zon minder beschermd was geweest door die gaswolk, zouden we ons dan ooit zo comfortabel hebben ontwikkeld? Deel je gedachten hieronder!