Stel je voor: je begint aan een project, en je weet dat je het waarschijnlijk niet afzult zien. Klinkt als een slecht idee, toch? Maar in de wetenschap is dit de normaalste zaak van de wereld. Er is één specifiek experiment, dat al sinds 1927 loopt, waar we de komende eeuw waarschijnlijk geen definitieve uitslag van zullen zien.
Dit is geen grap; het gaat om de Pitch Drop Experiment, het langstlopende labexperiment ter wereld. De reden dat het zo lang duurt, is de hoofdrolspeler: teer. Ik heb me verdiept in dit bizarre, maar fascinerende onderzoek en ontdekte waarom deze 'vaste' substantie je kijk op vloeistoffen compleet verandert.
Waarom teer de hoofdrol kreeg
In 1927 wilde professor Thomas Parnell van de Universiteit van Queensland (Australië) iets aantonen. Hij wilde bewijzen dat alledaagse materialen — zelfs iets dat zo solide lijkt als teer — verrassende fysische eigenschappen kan hebben. Teer, dat we vroeger gebruikten om schepen waterdicht te maken, lijkt bij kamertemperatuur hard en breekbaar. Je kunt er met een hamer op slaan!
Het bizarre geheim van teer
Het cruciale inzicht dat Parnell wilde overbrengen, is dit: teer is geen vaste stof, maar een extreem stroperige vloeistof. Het is honderden miljarden keer viskeuzer dan water. Hierdoor lijkt het eeuwig stil te staan, maar de zwaartekracht wint het langzaam — heel langzaam.

Vorig jaar, toen ik het nieuws over dit bijna 100-jarige experiment las, was ik gefascineerd door de cijfers. Parnell nam de tijd om de teer voor te bereiden: hij verwarmde het en goot het in een afgesloten glazen trechter. Vervolgens wachtte hij drie jaar tot het afgekoeld en gestabiliseerd was.
De negen druppels en de pechvogels
In 1930 opende hij de onderkant van de trechter. De kluif begon. Wat volgde is een verhaal vol bijna-missers en menselijke tragiek, dat bijna komisch is.
- De eerste druppel liet maar liefst acht jaar op zich wachten.
- In de bijna 100 jaar sinds de start zijn er tot nu toe slechts negen druppels gevallen.
- De laatste druppel viel in april 2014. De volgende wordt pas tegen het einde van dit decennium verwacht.
Het meest ironische? Niemand heeft ooit live gezien dat een druppel valt. Dit is het 'insider vibe'-aspect van dit verhaal dat het zo boeiend maakt. We kijken naar natuurkunde, maar we kijken naar een mysterie.
Mainstone’s bijna-momenten
Na Parnell nam natuurkundige John Mainstone de zorg over in 1961. Hij hield 52 jaar lang de wacht — maar ook hij zag nooit een druppel vallen. In 2000 miste hij een druppel door een stroomstoring tijdens een livestream. En toen de negende druppel viel in 2014, was Mainstone slechts enkele maanden daarvoor overleden.
Dit is waar je beseft dat geduld een wetenschapsdiscipline is. De temperatuur in de kamer, die afhankelijk is van de seizoenen (of de airconditioning in het gebouw), beïnvloedt de snelheid dramatisch. Het is een experiment dat niet onder perfecte, constante omstandigheden wordt uitgevoerd.

Hoe jij de tiende druppel kunt zien
De huidige bewaarder, professor Andrew White, waakt over de tiende druppel. De onderliggende fles is inmiddels vervangen omdat de vorige vol was. In plaats van dit alleen in de collegezaal te houden, wordt het experiment nu live gestreamd.
Dit is de praktische waarde voor jou: je hoeft niet naar Australië af te reizen. De livestream wordt bekeken door tienduizenden mensen wereldwijd. Volgens de website van de universiteit is de kans groot dat we de tiende druppel binnen drie jaar zien.
Zelfs als de camera er weer eens naast zit, is er genoeg teer over. De reservevoorraad zou de meting voor de komende eeuw kunnen dekken. Het is een ongewoon maar fascinerend bewijs dat sommige processen in de natuur niet in weken, maar in generaties gemeten moeten worden.
Wat denk jij? Zou je de moeite nemen om de livestream te volgen in de hoop de tiende druppel te vangen, of is het teer dan echt al te traag voor onze moderne aandachtspanne?