Stel je voor: je hebt een stuk zandgrond dat zo kaal is als een biljartkeu. Planten overleven daar geen dag, laat staan een seizoen. Jarenlang dachten we dat het vasthouden van woestijnzand een moeizaam, decennialang proces was. Maar wat als ik je vertel dat Chinese onderzoekers dit proces nu drastisch hebben ingekort tot slechts twaalf maanden?

Dit klinkt als sciencefiction, maar het is de realiteit van een nieuw 'biocost' project dat gericht is op het temmen van de oprukkende Gobi. Ze gebruiken geen zware machines of dure irrigatie; ze zetten de microscopisch kleine bewoners van onze aarde in. Wat ze hebben ontdekt, kan de aanpak van zandverstuivingen wereldwijd veranderen, inclusief hier in Europa waar we af en toe ook met te veel zandkampen te maken krijgen.

De stille kracht van de blauw-groene algen

De kern van deze doorbraak ligt bij de cyanobacteriën. Deze organismen bestaan al miljarden jaren en zijn meesters in overleven. Ze zijn de ultieme overlevers van extreme droogte en hitte – omstandigheden die zelfs de taaiste cactus afschrikken.

Het ‘ecologische huidje’

Het team van de Chinese Academie van Wetenschappen (CAS) heeft een methode ontwikkeld die ze een 'ecologische huid' noemen. Normaal gesproken duurt het vijf tot tien jaar voordat de natuur zelf een stabiele korst op zandvorming creëert. De nieuwe techniek perst geselecteerde stammen van deze bacteriën samen met organisch materiaal.

De énéén-jaar regel: Waarom wetenschappers nu algenblokken in de woestijn gooien - image 1

  • Het probleem: Zand verplaatst zich door de wind (tot wel 36 km/u), waardoor wortels geen kans krijgen.
  • De oplossing: De bacteriën creëren zelf een bindmiddel zodra ze water voelen.
  • Het resultaat: Een stevige, voedselrijke ondergrond voor de échte plantengroei.

In mijn praktijk als tech-volger viel het me op hoe slim deze aanpak is. Het is low-tech in uitvoering, maar high-tech in concept. Ze coderen in feite het overlevingspatroon van de microben om een muur op te trekken.

Van vloeistof naar draagbaar blok

In het begin probeerden de wetenschappers natte algenmassa te verspreiden, maar dat vereiste te veel infrastructuur om ze vochtig te houden tijdens transport. Dit is waar veel projecten falen: de logistiek in de woestijn is dodelijk voor kwetsbare materialen.

Na het testen van meer dan 300 soorten, kwamen ze op een geniale 'vaste zaad'-methode. Ze perssen de geselecteerde bacteriën in zeshoekige, draagbare blokken. Zie het als een soort biologisch baksteen die je alleen hoeft neer te leggen.

Wanneer de eerste lichte regen valt, worden deze blokken geactiveerd. Ze barsten open en beginnen onmiddellijk een taaie matrix te weven die de zandkorrels letterlijk aan elkaar lijmt. Dit is hun geheime wapen: ze trotseren de ergste omstandigheden door te wachten op het juiste moment.

Schaalvergroting: Een doel van 6.667 hectare

Dit is geen lab-experiment meer. Het project, deel van China’s grotere 'Great Green Wall'-initiatief, heeft de ambitie om in de komende vijf jaar maar liefst 6.667 hectare woestijn in de Ningxia-regio te stabiliseren. Dat is een enorm gebied dat vroeger onherstelbaar werd geacht.

De énéén-jaar regel: Waarom wetenschappers nu algenblokken in de woestijn gooien - image 2

Deze methode is verrassend kosteneffectief. Het is een direct antwoord op de vraag hoe we klimaatverandering en landdegradatie kunnen tegengaan zonder dat overheden failliet gaan aan de bestrijding ervan.

Wat betekent dit voor ons?

Hoewel dit project in Azië plaatsvindt, bewijst het dat de oplossing voor onze grootste ecologische problemen vaak niet in complexe machines zit, maar in het slim benutten van de natuurlijke biologie. Je hoeft niet per se honderden bomen te planten als je eerst de basis kunt versterken.

In Nederland zien we de gevolgen van zandverstuivingen langs de kust of in onbeheerde polders. Hoewel onze omstandigheden anders zijn, is het principe van het 'vastzetten' van het substraat universeel. Misschien moeten we bij het aanpakken van de duinen of de kustbescherming ook eens kijken wat de microscopische helden voor ons kunnen doen, in plaats van alleen te focussen op dijken en muren.

Wat denk jij? Zou een biotechnologische aanpak zoals deze ook effectief kunnen zijn in de zandgebieden van bijvoorbeeld de Veluwe of de Nederlandse kuststroken?