Als je dacht dat je alles wist over de evolutie van vogels en hun prehistorische afkomst, zet je dan schrap. De iconische Archaeopteryx, die we al sinds 1860 bestuderen, was jarenlang ons enige venster op de vroege vliegkunstenaars. Maar recent onderzoek heeft ons een compleet ander, en veel interessanter, beeld gegeven van hoe deze dieren de lucht in gingen.

We misten een cruciaal stukje van de puzzel. Nieuwe fossielen bewijzen nu dat de variatie onder de vogeldinosaurussen veel eerder en op een onverwachte manier ontstond dan we ooit aannamen. Dit is niet zomaar een voetnoot in de leerboeken; het herschrijft de volgorde der dingen.

De kwetsbaarheid van de 'oer-vogel'

Ongeveer 150 miljoen jaar geleden, in het Midden-Jura, zwommen de oceanen rond wat nu Europa is. Tussen de eilanden leefden de voorlopers van onze huidige mussen en duiven. De Archaeopteryx, zo groot als een kraai, had duidelijk nog kenmerken van zijn dinosaurus-voorouders: klauwen aan zijn vleugels en tanden in zijn snavel.

Maar dat exemplaar, gevonden in Duitsland, had een probleem. Paleontologen, zoals Stephen Brusatte van de Universiteit van Edinburgh, wezen er altijd op dat hem één cruciaal onderdeel miste voor échte vlucht: een volledig uitgebeend borstbeen.

De Archaeopteryx miste de peilstok, maar deze nieuwe vondst verandert alles over de vroege vlucht - image 1

  • Hij had nog een lange staart, in tegenstelling tot moderne vogels.
  • Zijn 'vleugels' waren mogelijk meer geschikt voor glijden dan voor krachtig vliegen.
  • Experts vermoedden dat zijn borstbeen slechts kraakbeen was, te zwak voor lange afstanden.

De Aziatische verrassing: de 'Baminornis'

Decennialang was de kennis over Vroege-Jura vogels gebaseerd op die ene Duitse vondst. Maar in 2025 kwam daar verandering in, dankzij een team onder leiding van Min Wang in de Chinese provincie Fujian.

Ze stuitten op een fossiel genaamd Baminornis. En hier komt de specifieke vondst die alles op zijn kop zet: dit dier had wél al een volledig ontwikkeld pygostyle – het korte, samengegroeide staartbeen dat moderne vogels gebruiken voor stabiliteit en sturing.

Dit is een enorme verschuiving. De Archaeopteryx had dit niet. Dit wijst erop dat de evolutie van vliegvermogen niet één rechte lijn volgde, maar een veel grilliger pad kende. Sommige vroege vogels waren al ver ontwikkeld op stap A, terwijl anderen (zoals de Archaeopteryx) nog op stap B zaten.

De onverwachte diversiteit

Wat dit betekent is dat de ‘vogels’ van het Jura net zo gevarieerd waren in hun aanpassingen als de vogels in onze achtertuinen vandaag. Sommigen focusten op vleugelstructuur, anderen op staartstabiliteit.

Jingmai O’Connor van het Field Museum in Chicago waarschuwt echter voor te snelle conclusies. Fossielen van deze vroege vogels zijn zeldzaam, vaak broos, en de afdrukken ervan vergaan makkelijk, vooral in vochtige klimaten zoals wij die in Nederland kennen. We moeten dus blijven graven.

De Archaeopteryx miste de peilstok, maar deze nieuwe vondst verandert alles over de vroege vlucht - image 2

Zo zie je het verschil zelf (als je goed kijkt)

Hoewel je in je drukke leven geen sporen van het Jura zult vinden, helpt dit inzicht bij het waarderen van de evolutie om ons heen. De volgende keer dat je merkt dat een meeuw moeiteloos cirkelt boven de Noordzee, bedenk dan dat de basis voor dat vliegen al miljoenen jaren geleden in verschillende ‘modellen’ werd getest.

Kijk naar hoe moderne vogels trucjes doen: Vleugels die heel dicht bij het lichaam eindigen, of juist die extreem lange staarten bij fazanten. Dit alles is een voortzetting van die vroege experimenten in het Jura.

De les hier is dat evolutie geen planning maakt. Zelfs toen de Archaeopteryx nog met klauwen liep, waren er elders al vogels die hun staart perfectioneerden. Dat is een les die je kunt toepassen op elk project: soms zijn de 'mislukte' zijsporen uiteindelijk de winnaars.

Wat denk jij: welke moderne vogelsoort lijkt nog het meest op die eerste, onzekere vliegers?