Stel je voor: we injecteren CO2 diep onder de Noordzeebodem, en het verdwijnt. Permanent. Geen sluipende lekkages meer, geen angst voor aardbevingen die de opgeslagen gasbel openbreken. Klinkt dit als sciencefiction? In de klassieke opslagmethoden is er altijd die knagende twijfel over de stabiliteit van de zandsteenlagen.

Maar wat als de oplossing ligt in iets dat geologisch stabieler is dan wat we nu gebruiken? De nieuwe methode maakt gebruik van oeroude lavastenen, en de resultaten van een IJslands experiment zijn ronduit verrassend. Als je je zorgen maakt over de toekomst van CO2-opslag, moet je precies weten wat deze 'basaltbenadering' anders doet.

De verborgen kristallen in de aardkorst

Wanneer men spreekt over CO2-opslag, denken de meesten aan het ‘Northern Lights’-project bij Bergen: vloeibare CO2 wegpompen onder de zeebodem, vastgehouden door een laag schalie boven poreuze zandsteen.

Maar Jan Braly Kihle, wiens beelden we hier zien, zoomt in op iets heel anders: basalt. Deze donkere, vulkanische steen bevat kleine holtes, natuurlijke opslagruimtes die miljoenen jaren geleden zijn ontstaan toen lava afkoelde en gassen werden samengeperst.

Wat de wetenschap hier boeit, is dit:

De 95% regel: Waarom vulkanisch gesteente CO2 voor altijd kan opsluiten - image 1

  • De zwarte delen bevatten nog restanten van petroleum.
  • De witte vlekken zijn de heilige graal: vastgelegde CO2 in de vorm van mineralen.

Hoe CO2 verandert in steen

Deze transformatie is het cruciale verschil. Normale opslag houdt gas vast in een vloeibare/gasvormige toestand, wat risico’s op ontsnapping met zich meebrengt door seismische activiteit. Bij basalt gebeurt chemische verwering.

Jan Braly Kihle wijst naar het centrum van zo’n vlek: "Dat is calciet." Dit betekent dat de CO2 gereageerd heeft met calcium in de vulkanische steen en is omgezet in harde, ondoordringbare kristallen. Het kan niet meer ontsnappen.

Het IJslandse bewijs versus Noorse twijfel

Martin Fernø, onderzoeker aan de Universiteit van Bergen, is pragmatisch. Terwijl het ’Northern Lights’-project doorgaat met de zandsteenmethode, blijft hij sceptisch over de directe vervanging door basalt, zeker op grote schaal in Noorwegen.

Zijn voornaamste bezwaar? De kosten. Je kunt CO2 niet zomaar in basalt pompen zoals in een klassiek reservoir. Je moet het mengen met enorme hoeveelheden water, waardoor het proces duurder wordt—vergelijkbaar met het inspuiten van Spa Rood.

Maar toen kwamen de IJslandse data uit 2016:

De 95% regel: Waarom vulkanisch gesteente CO2 voor altijd kan opsluiten - image 2

  • Men injecteerde 230 ton CO2 in de ondergrondse basaltlagen.
  • Twee jaar later bleek 95 procent van de gas volledig gemineraliseerd te zijn.

Dat is een uiterst efficiënte omzetting, veel beter dan men had verwacht. Dit voedt projecten zoals PERBAS, waar Duitse en Noorse partners nu op plekken als het Vøring-plateau voor de Noorse kust onderzoeken of de basaltlagen daar ook geschikt zijn.

De toekomst: Grote projecten of veel kleine oplossingen?

Ondanks dit succes is deze methode nog niet de standaard. Onderzoekers van het Noorse Instituut voor Energietechniek (IFE) suggereren echter een andere invalshoek. Vikoriya Yarushina merkt op dat de toekomst misschien niet ligt in één gigantisch, duur opslagproject, maar in tal van kleinere, eenvoudigere lokale oplossingen.

Dit is een slimme wending voor bijvoorbeeld middelgrote industrieën in de regio's die constant met hun emissies zitten. Ze kunnen lokaal basalt gebruiken als een soort ‘supplementaire technologie’ om hun uitstoot permanent kwijt te raken.

De wetenschap moet blijven zoeken, weet Martin Fernø. "We moeten op de hoogte blijven en nieuwe dingen ontdekken." Deze oude vulkanische steen, die miljoenen jaren oud is, blijkt nu misschien wel de sleutel tot het stabiliseren van onze moderne CO2-uitstoot.

Wat denk jij: is deze chemische kristallisatie de meest betrouwbare methode, of wegen de hogere injectiekosten te zwaar?